Het korte antwoord
In de meeste kleine badkamers past een inloopdouche, en vaak maakt die de ruimte juist groter omdat er geen bak en geen draaiende deuren meer zijn. De vraag is minder of het past, en meer hoe u spatwater binnen de douchezone houdt en of de vloer genoeg hoogte heeft voor afschot en afvoer. Daar zit het echte ontwerpwerk.
Welke maten werken
Een douchezone van ongeveer 90 bij 90 centimeter is in de praktijk het minimum om prettig te douchen. Bij een open inloopdouche met alleen een vaste glazen wand is meer lengte gewenst, rond de 120 centimeter of meer, omdat het water anders over de vloer van de rest van de badkamer spat. Hoe korter de douche, hoe meer u kiest voor een opstelling die het water binnen houdt.
In een smalle badkamer, zoals veel rijwoningen in Utrecht die hebben, is een douche over de volle breedte aan het eind van de ruimte vaak de beste oplossing. Dan vormen twee of drie muren de wanden van de douche, en is er maar één glazen wand of een draaideur nodig.
Let ook op de looproute. Wie de badkamer binnenkomt, moet de wastafel en het toilet kunnen gebruiken zonder door de natte zone te lopen. Soms betekent dat het toilet verplaatsen naar een voorzetwand naast de deur, wat met een hangtoilet goed kan. Hoe dat werkt, leest u in toilet renoveren met een inbouwreservoir.
- Douche over de volle breedte achter in een smalle badkamer.
- Hoekopstelling met een vaste wand en een kleine draai- of klapdeur.
- Walk-in met een glazen wand en een tweede korte wand haaks erop tegen spatwater.
- Douche op de plek van een oud bad, met de afvoer van het bad als vertrekpunt.
“Ons hele huis laten stucen en daarna laten spuiten door onderhoudsbedrijf van der Lugt. Dacht goed mee met ons en kwam altijd netjes zijn afspraken na. De volgende klus hebben we al gepland om onze hele buitengevel te doen. Nogmaals bedankt.”
De vloer: hoogte voor afschot en afvoer
Een inloopdouche zonder drempel vraagt om een vloer die naar de afvoer afloopt, en om een afvoer die onder die vloer genoeg ruimte heeft. Een douchegoot heeft een bepaalde inbouwhoogte, en daaronder moet de afvoerleiding nog met afschot naar de standleiding kunnen lopen. Hoe verder die standleiding weg ligt, hoe meer hoogte het kost.
Op een houten verdiepingsvloer, zoals in veel jaren-30 woningen, is er vaak ruimte tussen de balken. Het afschot en de afvoer kunnen dan iets omlaag worden gebracht, zodat de badkamervloer gelijk blijft met de overloop. De balken zelf worden daarbij niet zomaar ingekeept, want dat verzwakt de vloer.
Op een betonnen vloer, zoals in de meeste nieuwbouw, ligt het anders. Daar kunt u niet zomaar dieper, en de afvoer zit in de vloer op een vaste plek. Opties zijn dan een wandafvoer, waarbij de goot in een voorzetwand loopt en de afvoer in de wand verdwijnt, een iets verhoogde badkamervloer met een kleine drempel bij de deur, of een douchegoot met een zeer lage inbouwhoogte.
Goot of putje, en waarom dat in een kleine ruimte uitmaakt
Een douchegoot langs de wand laat de vloer in één richting aflopen. Daardoor kunnen grote tegels heel blijven en hoeft er nauwelijks te worden gesneden. In een kleine ruimte geeft dat rust, want grote tegels met weinig naden maken een ruimte optisch groter. Een goot aan de achterwand voert bovendien het water weg van de rest van de badkamer.
Een putje in het midden vraagt om afschot van vier kanten. Dat betekent kleinere tegels of tegels die diagonaal worden ingesneden. Het werkt prima, maar oogt drukker. Wel is een putje soms makkelijker te plaatsen als de afvoer midden onder de douche zit.
Waar u ook voor kiest, de afvoer moet goed bereikbaar zijn om te reinigen. Haren en zeepresten verzamelen zich in de sifon, en een goot die niet open kan, wordt binnen een paar jaar een bron van stank.
Glas, nis en ventilatie
Een vaste glazen wand van veiligheidsglas is in een kleine badkamer vaak genoeg. Helder glas houdt de ruimte open, en een coating maakt kalkaanslag beperkt en schoonmaken makkelijker. Een draaideur heeft draairuimte nodig, dus check of die niet tegen het toilet of de wastafel slaat.
Een nis in de wand voor shampoo en zeep is in een kleine douche handiger dan een rekje. Maak hem in een voorzetwand of tussen stijlen, en laat de maat aansluiten op de tegelmaat, zodat er geen smalle strookjes ontstaan. De nis moet op dezelfde manier worden afgedicht als de rest van de douche, zie badkamer waterdicht maken.
Een kleine badkamer met een open douche wordt snel vochtig. Een goede mechanische afzuiging, die na het douchen nog even doordraait, voorkomt condens en schimmel op het plafond. Zonder bak droogt een inloopdouche wel sneller op, mits het water niet op vlakke plekken blijft staan.
Tegels voor een douchevloer
Op een douchevloer telt grip. Tegels voor natte zones hebben een antislipklasse, en een glanzende tegel die in de woonkamer prachtig is, kan in de douche gevaarlijk glad zijn. Kies voor de douchevloer een tegel met voldoende stroefheid, ook als de wanden glanzend worden.
Grootformaat tegels werken goed in combinatie met een goot, omdat de vloer dan in één vlak afloopt. De ondergrond moet daarvoor wel heel vlak zijn, want een grote tegel overbrugt geen bulten. Kleinere tegels of mozaïek volgen een afschot van meerdere kanten beter en geven door de vele voegen extra grip. Voor strak tegelwerk in een kleine ruimte, zie ook tegelwerk.
Een inloopdouche door Van der Lugt
Van der Lugt plaatst inloopdouches in Utrecht en omgeving, met douchegoot, glazen wand en vloer op afschot, als onderdeel van een complete badkamerrenovatie. Bij de gratis opname meten we de hoogte en de afvoer en bespreken we wat in uw ruimte kan. U krijgt daarna een vaste prijs op papier. Zie badkamer renovatie in Utrecht.




