Het korte antwoord
Een badkamer is niet waterdicht door de tegels, maar door wat eronder zit: een geschikte ondergrond met een doorlopende waterdichte laag, waarin hoeken, leidingdoorvoeren en de afvoer zorgvuldig zijn meegenomen. Daarbovenop zorgen goed afschot en onderhouden kitvoegen dat water snel wegloopt in plaats van blijft staan.
Waarom tegels en voegen geen bescherming zijn
Een geglazuurde tegel laat zelf nauwelijks water door, maar de voeg ertussen wel. Cementgebonden voegmortel is poreus. Bij elke douchebeurt trekt er een beetje water in, en bij een douche die dagelijks wordt gebruikt komt dat water uiteindelijk in de ondergrond terecht.
Is die ondergrond van gips, hout of gewone gipsplaat, dan gaat het mis. Gips wordt zacht, hout gaat rotten en tegels laten los. Vaak ziet u het pas als er beneden een vlek op het plafond komt, als tegels hol klinken of als het muf ruikt. In een bovenwoning of appartement heeft dat al snel gevolgen voor de buren.
Daarom wordt de natte zone van een badkamer behandeld als een bak: alles onder de tegels moet water kunnen tegenhouden, en alle naden in die bak moeten dicht zijn.
“Bedankt voor de mooie badkamer !!”
De juiste ondergrond
Waterdicht begint bij een ondergrond die tegen vocht kan, ook als er ooit toch wat water bij komt. In de douchezone hoort geen gewone gipsplaat. Gangbaar zijn cementgebonden platen, vochtbestendige gipsvezelplaten of tegeldragende isolatieplaten met een cementcoating. Die laatste zijn licht, isoleren en zijn bij sommige systemen zelf al deels waterdicht.
Bestaande gemetselde of betonnen wanden kunnen prima, mits ze vlak, vast en schoon zijn. Gipspleister op een oude wand moet worden voorbehandeld met een primer, anders hecht de afdichting niet goed.
Let ook op de dekvloer. In nieuwere woningen ligt soms een anhydrietvloer, die op gips is gebaseerd en slecht tegen langdurig vocht kan. Zo'n vloer moet droog genoeg zijn, worden geschuurd en voorbehandeld voordat de afdichting en tegels erop komen. In een inloopdouche wordt het afschot vaak met een cementgebonden mortel of een prefab afschotplaat gemaakt, zodat de gevoelige vloer niet zelf de natte zone vormt.
Een houten vloer vraagt om meer. Hout werkt bij wisselende vochtigheid en temperatuur. Een stijve vloer van geschikt plaatmateriaal, met daarop een ontkoppelingsmat, voorkomt dat bewegingen van het hout als scheurtjes in de afdichting en voegen terechtkomen.
De afdichting en de zwakke plekken
De afdichting zelf is meestal een vloeibare laag die in twee lagen wordt aangebracht, of een systeem van folie of membraan met overlappende naden. Bij een vloeibare afdichting telt de laagdikte. Die staat in het voorschrift van de fabrikant, en een te dunne laag is niet waterdicht, ook al ziet hij er dicht uit. Elke laag moet drogen voordat de volgende erop gaat, en voordat er getegeld wordt.
Een vlakke wand afdichten is niet moeilijk. Het gaat mis op de plekken waar iets samenkomt:
- Hoeken tussen wand en vloer en tussen twee wanden: daar komt afdichtband in, ingebed in de afdichting.
- Leidingdoorvoeren voor kranen en douchekop: elk gat krijgt een afdichtingsmanchet.
- De douchegoot of het putje: de afdichting moet aansluiten op een flens of manchet van de afvoer, niet ophouden tegen de rand.
- Inbouwkranen en thermostaten: de inbouwbox moet zelf rondom worden afgedicht.
- Randen van een nis en de overgang naar bad of douchebak.
- De zone bij de deur, zodat water niet onder de drempel door naar de gang loopt.
Afschot, afvoer en hoe hoog u afdicht
Water dat snel wegloopt, kan nergens intrekken. Een douchevloer heeft daarom afschot richting de goot of het putje, genoeg om water zonder plassen af te voeren en niet zo veel dat de vloer onprettig scheef voelt. Bij een inloopdouche zonder bak loopt de afschotzone vaak verder door dan de douche zelf, zodat spatwater ook terugloopt. De goot moet zelf goed waterpas en op de juiste hoogte worden gesteld, zodat de tegels er strak op aansluiten.
Hoe hoog de afdichting komt, hangt af van de situatie. In de douchezone wordt minstens tot ruim boven de douchekop afgedicht, vaak tot het plafond. De rest van de badkamervloer wordt bij een inloopdouche in zijn geheel meegenomen, met een opstand langs de wanden. Achter een bad en rond een vrijstaand bad gelden vergelijkbare principes.
Sommige vakmensen doen na de afdichting een vultest: de afvoer wordt afgedopt, er komt een laagje water op de vloer en na een tijd wordt gecontroleerd of het niveau gelijk blijft en er niets doorkomt. Bij een badkamer boven een woonruimte is dat een geruststellende controle.
Kitvoegen: onderhoud, geen afdichting
Tussen wand en vloer, langs het bad en rond de douchebak komt een kitvoeg, omdat daar beweging is. Die kit is belangrijk, maar het is niet de waterdichte laag. Wordt een kitvoeg zwart of laat hij los, dan moet hij worden vervangen. In een goed afgedichte badkamer is dat een kwestie van onderhoud, zonder dat er water in de constructie komt.
Zwarte kit is meestal schimmel die groeit doordat de badkamer niet snel genoeg droogt. Goede afzuiging en de vloer na het douchen even aftrekken helpen meer dan elke soort kit. Meer daarover leest u in schimmel op het badkamerplafond. Hoe de afdichting in de volledige renovatie past, staat in badkamerrenovatie stap voor stap.
Waterdicht door Van der Lugt
Van der Lugt renoveert badkamers in Utrecht en omgeving en besteedt de tijd aan het werk dat u later niet meer ziet: ondergrond, afdichting en aansluitingen. Na een gratis opname krijgt u een vaste prijs op papier met planning. Zie badkamer renovatie in Utrecht.




